Inleiding: de rol van gedelegeerde handelingen binnen de ESPR
De verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten (Verordening (EU) 2024/1781) is een kaderverordening: de kerntekst legt de juridische architectuur en de algemene beginselen vast, terwijl de gedetailleerde productspecifieke eisen worden bepaald in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie. Voor elk bedrijf dat zich voorbereidt op naleving van de ESPR is het essentieel te begrijpen hoe gedelegeerde handelingen werken en wanneer ze voor de verschillende productcategorieën worden verwacht.
Gedelegeerde handelingen zijn het mechanisme waarmee de brede ambities van de ESPR concrete, afdwingbare verplichtingen worden. Elke gedelegeerde handeling richt zich op een specifieke productgroep of een horizontaal thema en bepaalt de precieze eisen inzake ecologisch ontwerp, prestatienormen, informatieverplichtingen en specificaties voor het digitaal productpaspoort. Zonder gedelegeerde handeling scheppen de kaderbepalingen van de ESPR geen directe verplichtingen voor specifieke producten. Dit artikel geeft een volledig overzicht van de procedure en de tijdlijn van gedelegeerde handelingen.
Hoe gedelegeerde handelingen onder de ESPR werken
Volgens het EU-recht kan de Europese Commissie met gedelegeerde handelingen niet-essentiële onderdelen van een verordening aanvullen of wijzigen zonder de volledige wetgevingsprocedure met het Europees Parlement en de Raad te doorlopen. Voor de ESPR betekent dit dat de Commissie gedetailleerde productspecifieke regels relatief snel kan vaststellen en kan aanpassen aan technologische ontwikkelingen en marktveranderingen.
De vaststelling van een gedelegeerde handeling onder de ESPR verloopt doorgaans in verschillende fasen:
- Voorbereidende studie: de Commissie laat een technische studie uitvoeren naar de milieueffecten, marktkenmerken en het verbeterpotentieel van de productgroep
- Raadpleging van belanghebbenden: industrie, maatschappelijk middenveld, lidstaten en andere belanghebbenden worden via formele en informele kanalen geraadpleegd
- Effectbeoordeling: de Commissie beoordeelt de economische, ecologische en sociale gevolgen van de voorgestelde eisen
- Ontwerp van de gedelegeerde handeling: de Commissie stelt een ontwerptekst op op basis van de studie, de raadpleging en de effectbeoordeling
- Toetsingsperiode: het Europees Parlement en de Raad hebben een termijn (meestal twee maanden, met twee maanden te verlengen) om bezwaar te maken tegen de gedelegeerde handeling
- Bekendmaking en inwerkingtreding: als er geen bezwaar wordt gemaakt, wordt de gedelegeerde handeling bekendgemaakt in het Publicatieblad en treedt zij in werking, meestal met een overgangsperiode voordat de eisen verplicht worden
Van start tot handhaving duurt deze procedure doorgaans twee tot vier jaar, afhankelijk van de complexiteit van de productcategorie en de omvang van het debat tussen belanghebbenden.
Prioritaire productcategorieën
De ESPR wijst verschillende productcategorieën aan voor prioritaire actie, op basis van hun milieueffecten, marktvolume en verbeterpotentieel. De Commissie heeft een werkplan opgesteld met de eerste golf productgroepen die via gedelegeerde handelingen worden aangepakt.
Het werkplan dat op 16 april 2025 is vastgesteld, plant textiel (kleding), een van de meest grondstofintensieve consumentensectoren, voor 2027; ijzer en staal, een belangrijk industrieel materiaal met aanzienlijke milieueffecten, voor 2026; aluminium, met een hoge energie-intensiteit bij de productie, voor 2027; banden, waarbij slijtagedeeltjes en de afvalfase centrale aandachtspunten zijn, voor 2027; meubelen, met uitdagingen rond duurzaamheid en recycleerbaarheid, voor 2028; en matrassen voor 2029. Twee horizontale maatregelen, repareerbaarheid inclusief een repareerbaarheidsscore (2027) en gerecycleerd materiaal en recycleerbaarheid van elektrische en elektronische apparatuur (2029), gelden voor elektronica. Schoeisel, verven en coatings en smeermiddelen zijn beoordeeld maar niet opgenomen, en detergentia krijgen vanaf 23 september 2029 een paspoort onder hun eigen Verordening (EU) 2026/405.
Deze prioritering betekent niet dat andere productcategorieën zijn vrijgesteld. De ESPR machtigt de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen voor vrijwel elk fysiek product dat in de EU in de handel wordt gebracht, en na verloop van tijd worden meer productgroepen aan het werkprogramma toegevoegd. Een gedetailleerde analyse per sector vindt u in onze gids over de tijdlijn en deadlines van de ESPR.
Horizontale gedelegeerde handelingen
Naast productspecifieke gedelegeerde handelingen voorziet de ESPR in horizontale gedelegeerde handelingen die voor meerdere productcategorieën gelden. Die zijn bijzonder belangrijk, omdat ze gemeenschappelijke kaders en normen vastleggen waarop het hele regelgevingssysteem rust.
Belangrijke horizontale thema's die via gedelegeerde handelingen worden verwacht, zijn het kader voor het digitaal productpaspoort (datanormen, interoperabiliteit en technische specificaties voor paspoorten in alle productcategorieën), rapportage over zorgwekkende stoffen (gemeenschappelijke methoden en drempelwaarden voor het traceren en rapporteren van stoffen), de methode voor de milieuvoetafdruk (standaardisering van de berekening en rapportage van de milieuvoetafdruk van producten) en de vernietiging van onverkochte goederen (uitvoering van de ESPR-bepalingen die de vernietiging van onverkochte consumentenproducten moeten voorkomen).
Horizontale gedelegeerde handelingen worden naar verwachting als eerste vastgesteld, omdat ze de basis vormen voor productspecifieke eisen. Ons artikel over circulaire economie en digitale productpaspoorten laat zien hoe deze horizontale kaders bredere beleidsdoelen ondersteunen.
Verwachte tijdlijn voor de belangrijkste gedelegeerde handelingen
Hoewel de exacte termijnen nog kunnen veranderen afhankelijk van het werkprogramma en de politieke prioriteiten van de Commissie, ziet het huidige verwachte schema voor de belangrijkste gedelegeerde handelingen er als volgt uit. In 2025 stelde de Commissie het ESPR-werkplan vast (16 april 2025) en in 2026 volgden de horizontale handelingen over het paspoort: Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/296 over afwijkingen van het verbod op vernietiging van onverkochte goederen (9 februari 2026), Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/1736 over geharmoniseerde normen voor het paspoort (14 juli 2026) en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/1778 over het paspoortregister (16 juli 2026), waarbij het register zelf op 20 juli 2026 openging. IJzer en staal is de eerste productgroep waarvoor een gedelegeerde handeling is gepland (indicatieve vaststelling in 2026), en het voorbereidende werk voor textiel loopt door met het oog op vaststelling in 2027.
In 2027 en 2028 worden verdere productspecifieke gedelegeerde handelingen verwacht voor banden en aluminium (2027) en meubelen (2028); verven en smeermiddelen zijn niet opgenomen in het werkplan 2025-2030 en detergentia krijgen vanaf 23 september 2029 een paspoort onder hun eigen Verordening (EU) 2026/405, waarbij de eerste verplichte paspoorteisen waarschijnlijk in werking treden voor prioritaire productcategorieën. Tegen 2029 en 2030 zou een breder scala aan productcategorieën onder de regels moeten vallen, met een volwassen regelgevingskader en volledig operationele handhaving in de hele EU.
Houd er rekening mee dat deze termijnen indicatief zijn. De Commissie kan specifieke gedelegeerde handelingen versnellen of vertragen op basis van de uitkomsten van voorbereidende studies, inbreng van belanghebbenden en politieke overwegingen. Bedrijven doen er goed aan de ontwikkelingen nauwlettend te volgen via de ESPR-pagina van de Europese Commissie.
Overgangsperioden en geleidelijke invoering
Elke gedelegeerde handeling bevat overgangsperioden die bedrijven de tijd geven zich aan te passen aan de nieuwe eisen. Die perioden verschillen naargelang de complexiteit en impact van de eisen, maar bedragen doorgaans achttien maanden tot drie jaar na de bekendmaking.
Tijdens de overgangsperioden wordt van bedrijven verwacht dat ze zich actief voorbereiden op naleving, terwijl er nog niet wordt gehandhaafd. Dat betekent investeren in de benodigde systemen, gegevensverzameling en aanpassingen in de toeleveringsketen om uiterlijk op de handhavingsdatum aan de eisen te voldoen.
Belangrijke aandachtspunten tijdens de overgangsperioden zijn:
- Systemen voor het beheer van digitale productpaspoorten bouwen of aanschaffen vóór de nalevingsdeadline
- Levenscyclusanalyses van producten uitvoeren en gegevens over de milieuvoetafdruk verzamelen
- Samenwerken met leveranciers om de vereiste duurzaamheidsgegevens veilig te stellen
- Medewerkers opleiden in nieuwe nalevingsverplichtingen en processen
- Proefprojecten uitvoeren om problemen op te sporen en op te lossen voordat de eisen verplicht worden
- Samenwerken met aangemelde instanties wanneer een conformiteitsbeoordeling door een derde vereist is
Hoe bedrijven de ontwikkeling van gedelegeerde handelingen moeten volgen
Op de hoogte blijven van de ontwikkeling van gedelegeerde handelingen is essentieel voor een doeltreffende nalevingsplanning. Bedrijven moeten systematische processen opzetten om de regelgevingsontwikkelingen die voor hun productassortiment relevant zijn te volgen.
Doeltreffende strategieën zijn onder meer: u abonneren op meldingen van de Europese Commissie over de ESPR, deelnemen aan werkgroepen van brancheorganisaties over de uitvoering van de ESPR, contact onderhouden met nationale normalisatie-instellingen die geharmoniseerde normen ontwikkelen, het EU-portaal "Geef uw mening" volgen voor raadplegingen over ontwerpen van gedelegeerde handelingen en relaties opbouwen met adviseurs in regelgevingszaken die gespecialiseerd zijn in EU-productbeleid.
Proactieve betrokkenheid bij de procedure, onder meer via raadplegingen van belanghebbenden, biedt bedrijven bovendien de kans om de eisen zo te beïnvloeden dat ze zowel ambitieus als praktisch haalbaar zijn. Voor een gestructureerde aanpak van monitoring en voorbereiding, zie onze ESPR-nalevingschecklist.
Voorbereiden op onzekerheid
Een van de uitdagingen voor bedrijven is dat de precieze eisen van gedelegeerde handelingen voor veel productcategorieën nog niet bekend zijn. Die onzekerheid kan ertoe verleiden de voorbereiding uit te stellen. De algemene richting van de ESPR is echter duidelijk: producten moeten duurzamer, repareerbaarder, recycleerbaarder en transparanter worden. Bedrijven die nu al aan deze doelen werken, nog voordat de specifieke eisen vastliggen, staan veel sterker dan bedrijven die afwachten.
Ongeacht de precieze eisen kunnen bedrijven al praktische stappen zetten: levenscyclusgegevens voor belangrijke producten beginnen te verzamelen, toeleveringsketens in kaart brengen en afspraken maken met leveranciers over het delen van duurzaamheidsgegevens, investeren in platforms voor digitale productpaspoorten die aan toekomstige eisen kunnen worden aangepast, en interne expertise opbouwen in ecologisch ontwerp, levenscyclusanalyse en circulaire economie.
De gedelegeerde handelingen onder de ESPR zullen de productregelgeving in de EU de komende decennia bepalen. Bedrijven die deze procedure begrijpen en zich systematisch voorbereiden, zorgen niet alleen voor naleving maar benutten ook de concurrentievoordelen van echt leiderschap op het gebied van duurzaamheid. Onze gids over het digitaal productpaspoort is een goed startpunt om een van de belangrijkste onderdelen van het nieuwe kader te begrijpen.
Was dit artikel nuttig?
Fijn dat het heeft geholpen. Bedankt voor uw feedback.